Jeroen Brouwers: Ik ben nu bij de boom

Ik ben nu bij de boom, achteruit geteld boom dertig, vlak bij huis, die een paar jaar geleden door types die daar kennelijk lol in hadden over een lengte van iets meer dan een halve meter vanaf de voet van zijn schors werd beroofd. Bezig geweest hem levend te villen, de schorsfragmenten achtergelaten in het mossige gras, – een dertig meter hoge den, alleen in de top begroeid. Een ernstige open wond, – ik hurkte neer bij het stuk ontklede bast en voelde eraan, de boom huilde, de bast zweette, de beschadiging was overdekt met kleverig kleurloos bloed. Zoals Nathan aanvoelt, klapperend van koorts. In mijn onnozelheid heb ik nog geprobeerd de stukken schors in de hars terug te plakken, illusieloos doende met een verticaal in elkaar te construeren puzzel. Wij zijn maar mensen. Iedere dag kom ik twee keer langs die boom, waar mijn wandeling begint en eindigt, – en steeds, door de jaren heen, bestudeerde ik de kwetsuuur, de reus met klopjes van mijn hand bemoedigend, een paar keer zelfs omhelzend als een zieke vriend, zieke zoon. Ik verwachtte dat hij met een wit kruis ter dood zou worden veroordeeld, als ik in het bos het gieren van elektrische zagen hoorde, dacht ik aan hem: daar ga je, goede wachter. Hij mocht blijven staan met zijn beschadigde onderkant en wist zichzelf te herstellen, al doet zo’n boom er tien, vijftien jaar over om een nieuwe huid op de mismaakte plek aan te maken, hij zal nu zowat op de helft zijn. In de harslaag die eerst zwart werd als kandijsiroop, ontstond mettertijd zekere begroeiing van teer groen, nog altijd nat en kleverig, langzaamaan verdichtte het zich tot een soort tule van mos, weer een hele tijd later begon dit een lichtere kleur dan van de omringende schors te vertonen, alles nog uiterst fragiel maar niet meer vochtig, en nu is het zover dat de hele wond is opgevuld, als het ware geplombeerd als een gat in het wegdek, en bij aanraking al weer min of meer aanvoelt als brossig hout. Een boom blijft wel staan onder de voorbijdweilende wolken en staat daar nog wel een hele tijd als ik allang niet meer in dit bos woon en mijn as is verwaaid.

 

Jeroen Brouwers, Datumloze dagen (p. 178-179)

Anuncios
Esta entrada fue publicada en Uncategorized y etiquetada . Guarda el enlace permanente.

Responder

Introduce tus datos o haz clic en un icono para iniciar sesión:

Logo de WordPress.com

Estás comentando usando tu cuenta de WordPress.com. Cerrar sesión / Cambiar )

Imagen de Twitter

Estás comentando usando tu cuenta de Twitter. Cerrar sesión / Cambiar )

Foto de Facebook

Estás comentando usando tu cuenta de Facebook. Cerrar sesión / Cambiar )

Google+ photo

Estás comentando usando tu cuenta de Google+. Cerrar sesión / Cambiar )

Conectando a %s